Tips voor de beginnende liefhebbers,
Beginnende liefhebbers zouden wij aanraden om met de kleurrijke en mooi zingende kanarie van start te gaan. Het is de ideale vogel omwille van zijn kleine moeilijkheidsgraad voor de kweek. Kanaries zijn er in diverse kleurslagen te bekomen, gaande van de vetstofkleurige (wit, geel en rood) tot de laatste nieuwe kleuren, de zogezegde melaninevogels. Voor de leek: melaninevogels zijn vogels met een welbepaalde streepjes- en/of tekeningpatroon in de veren. Bovendien is een kanarie betrekkelijk goedkoop in aankoop en ze gaan vrij snel over tot broeden.
Bij aankoop, ZEKER LETTEN OP:
1- De vogels moeten een fitte indruk geven met levendige mooie ronde oogjes, spleetoogjes voorspellen weinig tekenen van een goede gezondheid. Koop nooit vogels die in een hoekje zitten te kniezen of als een tennisballetje op hun stokje zitten ineen gedoken.
2- Neem de vogel eens in de hand en luister met uw oor tegen de vogel aan of deze geen piepend of knarsend geluid maakt. Is dit wel het geval, laat die vogel dan zeker waar hij is en haal hem niet in uw hok. Deze geluiden voorspellen weinig goeds (ademhalingsstoornissen).
3- Koop nooit vogels met een scherp borstbeen, dit kan je overduidelijk voelen. Een gezonde vogel zit goed in het vlees. Vogels met een scherp borstbeen zijn meestal ten dode opgeschreven.
4- Een gezonde vogel zit steeds mooi in de veren, vuile veren, zeker de onderkant van de staart, duiden veelal op darmontsteking en/of slechte ontlasting.
5- Laat u niet verleiden om vogels te kopen op markten of vogelbeurzen, tenzij je de eigenaar persoonlijk kent en dat die te vertrouwen is.
6- Wanneer je een vogel hebt gekocht, vraag dan steeds vooraf hoe het voedingspatroon was, zeker moet je weten of deze vogel bepaalde bijvoeding kreeg (bv: vitamines).
7- Indien je bij een liefhebber aan huis koopt, vraag dan om het ouderkoppel eens te mogen zien of een inzage in zijn kweekregister, zo kan je al een eerste tipje oplichten in verband met de erfelijkheid van de vogel.
8. Zet een pas aangekochte vogel nooit onmiddellijk bij uw eigen vogels. Plaats ze enkele dagen in afzondering. Pas wanneer ze na enkele dagen geen abnormale tekenen vertonen en na ze te hebben onderzocht op luizen en/of ander ongedierte kunnen we ze bij onze andere vogels zetten.
9- Begin nooit met te veel vogels. Koop enkele koppeltjes van goede kwaliteit om te starten, geleidelijk aan kan je uw bestand vergroten. Te groots beginnen zal dikwijls leiden tot verwaarlozing van de vogels en uiteindelijk afhaken van de hobby.
10- Vooraleer je aankopen doet is het geraadzaam om een duidelijke keuze te maken over welke soort je wil beschikken en ga eerst eens inlichtingen inwinnen bij liefhebbers die deze soort reeds kweken - Beter nog, neem eens contact met een club en sluit eventueel aan. U zult er alle baat bij hebben.
De voeding van de vogels:
Een kanarie is een levend wezen, bijgevolg moet deze zich ook voeden, wil hij in leven blijven.
Wat onze kanarie betreft bestaat de voeding hoofdzakelijk uit zaden. In de speciaalzaken kan je de perfecte mengelingen kopen die beantwoorden aan de behoeften van onze vogels.
Kieskeurig is de kanarie bovendien ook nog als het op voeding aankomt want, de zaadjes die hij het liefst eet zal hij er eerst uitzoeken. Laat u niet verleiden door er steeds verse mengeling bij te doen wanneer er van bepaalde soort nog voldoende in het bakje is. Leer uw vogels om alle zaden op te eten, laat ze desnoods maar wat vasten (beperkt dan), zo leren ze het wel na een tijdje. Als ze honger hebben en hun snoepjes zijn op dan zullen ze de rest ook wel tot zich nemen. De pelletjes van de zaden blijven meestal achter in de eetbak of in de onmiddellijke omgeving. Laat u ook hierdoor niet misleiden door te denken dat er nog eten genoeg in hun bakje is. Blaas daarom iedere dag de restanten uit de bakjes en vul ze bij met verse mengeling.
Behoudens deze zaadmengeling heeft onze kanarie ook wel de behoefte aan wat afwisseling. Eivoer is een niet te versmaden onderdeel van die bijvoeding. Sommige kwekers geven het ganse jaar door eivoer aan hun vogels, wel in beperkte hoeveelheden (een koffielepeltje per vogel en per dag is voldoende). Tijdens de kweekperiode moet je die hoeveelheid wel opdrijven naar gelang de jongen die zich in het nest bevinden. In de warme periodes van het jaar liefst het eivoer enkele malen per dag verversen omdat het nogal eens de neiging heeft om snel te verzuren en dat zou dan tot darmstoornissen kunnen leiden.
Het eivoer kan je kant-en-klaar kopen in de speciaalzaken. Wanneer je de tijd er wil aan besteden kun je echter nog beter zelf uw eivoer aanmaken, zo weet je precies wat uw vogels te eten krijgen.
Hoe doe je dat nu ?
Wel, we nemen één gekookt ei en mixen dit half fijn, voeg hier een koffietas beschuitmeel of chapelure (van wit brood) aan toe, maak deze mengeling nu een beetje rul door toevoeging van wat melk. Nu kan je dit geheel in voedingswaarde sterk verhogen door toevoeging van wat gekiemde zaden. Met deze substantie hebben uw vogels reeds voldoende om hun jongen groot te brengen. Voor het bereiden van kiemzaad kan u elders op deze site terecht waar u alles haarfijn zal uitgelegd worden.
Wanneer uw vogels met jongen liggen, moeten ze ten allen tijde kunnen beschikken over eivoer en liefst zo vers mogelijk houden.
Wat eveneens altijd moet ter beschikking staan is grit en fijne kalksteentjes. Dit hebben onze vogels zeker nodig om hun spijsvertering beter te laten verlopen. Behalve voornoemde ingrediënten mogen zij zeker nooit zonder vers water komen te zitten. Minstens elke dag het water verversen. Aan te raden is eveneens om zeker éénmaal per week de drinkflesjes te ontsmetten door ze in water met “javel” te laten weken en ze nadien zeer goed te spoelen.
Regelmatig willen onze vogels zich ook wel eens baden, geef ze daartoe dan ook de gelegenheid door een wasbakje aan of in de kooi aan te brengen. In de zomerperiode is dit zeker een “must”.
Onze kanaries zijn wel geen konijnen maar ze lusten wel regelmatig wat afwisseling van sla, witlof, spinazie, geraspte wortelen of stukjes fruit. Denk erom, overdrijf niet met deze voedselaanvullingen. Door overdrijven met groenvoer zouden ze wel eens diarreeverschijnselen kunnen beginnen te vertonen en dat is zeker niet gewenst.
Huisvesting:
Wanneer we kanaries willen gaan kweken is het noodzakelijk dat we een bepaalde manier van huisvesting kiezen. Indien we echt selectief willen gaan kweken gaan we onze koppeltjes paarsgewijze onderbrengen in de zogezegde kweekkooien. Voor onze kanaries is een kooi van 0,40 x 0,40 x 0,40 m reeds voldoende. Men kan ook voor de volièrekweek kiezen. In dit geval kan men verschillende poppen en één man samenbrengen. Liefst geen meerdere mannen in de vlucht, anders kunnen er ruzies ontstaan en heb je geen zekerheid van wie het vaderschap kan opeisen en als dusdanig ook geen zicht op de vererving van het nageslacht. (dit is wel belangrijk om weten).
Waar we zeker dienen op te letten bij de huisvesting is de tochtvrijheid van de kooien. Kanaries zijn wel bestand tegen matige koude maar tegen tocht kunnen ze echt niet. We kunnen ze gerust de ganse winter buiten in de volière laten op voorwaarde dat ze een nachthok ter beschikking hebben en we bij vriesweer controle houden op het water. Bij vriesweer kunnen we een tikkeltje zout in het water doen, zo zal het niet zo snel bevriezen.
Bodembedekking:
Om hygiënische redenen zullen we in de kooien en/of volières een bodembedekking aanbrengen. Deze kan bestaan uit diverse bestanddelen. Meestal gebruikt men schelpenzand. Voor grotere kweekbakken of volières is het raadzaam om andere middelen te gebruiken, zoals droge scherpe metszand, houtsnippers (schavelingen) of kattenbakkorrels. In gedeeltes die onderhevig zijn aan vocht, is het raadzaam om kattenbakkorrels te gebruiken. Deze substantie heeft de eigenschap om veel vocht op te nemen, zo blijft uw bodem steeds droog. Deze bodembedekking wel regelmatig verversen. Doen we dit niet dan creëren we een ideale huisvesting voor allerlei ongedierte zoals de vedermijt en/of de bloedluis. Een tweede rede om de bodem regelmatig te verschonen is het vermijden dat onze vogels ziek worden en ten onder zullen gaan aan darmstoornissen.
Zitstokken:
Wat een stoel of zetel is voor de mens zijn de zitstokken dit voor de vogels, zij willen ook wel eens rustig uitblazen. In de kweekkooien gebruiken we liefst stokken met een diameter van 1,3 cm. Voor de volière kan men variaties aanbrengen in de dikte en kunnen er dikkere en dunnere stokken of zelfs boomtakken aangebracht worden. Liefst houden we ook deze stokken vrij van vuil (zoals uitwerpselen), dus regelmatig poetsen en ontsmetten.
De kweek:
Meestal gaat een kanarie in het voorjaar over tot het broeden. Deze periode kan de liefhebber echter verleggen naar eigen goeddunken. Kweken we bv. graag in januari dan gaan we in december lichturen bijgeven tot we zowat op 15 uren per dag komen. Dit kunnen we bereiken door kunstlicht aan te brengen in de kweekruimte en de tijdklok af te stellen. Deze vermeerdering van lichturen kan je op 2 manieren bereiken: Een eerste manier is wekelijks 1 uur bij te geven tot je 15 à 16 uur hebt bereikt. De tweede manier is nogal drastisch, we geven onmiddellijk 16 uur in.
Deze methode vraagt wel een plotse aanpassing van de vogels maar na een paar weken zijn ze wel klaar voor hun jaarlijkse job. Uitgebreide uitleg over deze methodes is in diverse literair-wetenschappelijke uitgaven te verkrijgen in de gespecialiseerde handelszaken. Wanneer we merken dat de poppen met sprietjes of veertjes aan ’t spelen zijn, is het de tijd om ze een nestje te geven zodat ze een aanvang kunnen maken met de nestbouw. Als het nest half af is kan je er een man bijzetten voor de paring. Hier moet men opletten want de man heeft een langere periode nodig om op drift te komen. Dus de mannen enkele weken eerder dan de poppen op het max. licht zetten. Wanneer we dit niet doen is de kans groot dat uw eerste ronde om zeep is door onbevruchte eieren. In de buitenvolière moet je zeker niet beginnen aan de kweek zolang er nog koude nachten te verwachten zijn, trouwens, die vogels zullen ook geen behoefte hebben aan broeden. Begin ook nooit te kweken met oudervogels die de leeftijd van minstens 9 maanden niet hebben bereikt.
Als nestmateriaal kan je kiezen uit hooi, mos of sisaltouwtjes (stukjes touw van 5 à 6 cm – zeker niet langer). De nestjes zelf kun je in de speciaalzaak kopen of zelf in mekaar knutselen.
Deze nestjes hangen we best aan de voorkant aan het front van de kooi, u kan dit aan de binnen- of buitenkant aanbrengen. Om een gemakkelijke nestcontrole te kunnen doen is het wel praktisch om ze aan de buitenkant te hangen.
Waarom aan de voorkant, zult u zich misschien afvragen. Wanneer we de nestjes volledig achterkant in de bak gaan aanbrengen kan dit wel eens voor zuurstofgebrek zorgen, zowel voor de broedende pop als voor de eventuele jongen.
Meestal legt de kanariepop 3 à 5 eieren, in sommige gevallen ook wel eens 6 à 7 groenblauw gespikkelde eitjes.
Na het leggen van het laatste ei gaan beide ouders over tot het bebroeden gedurende zowat 13 dagen. We kunnen de eieren elke dag “rapen”, dit heeft het voordeel dat alle eieren zeker op dezelfde dag gaan uitkomen en we gaan geen nakomertjes van 3 of 4 dagen in het nest hebben liggen. Deze achterblijvers zijn meestal ten dode opgeschreven omdat ze minder aan bod zullen komen bij het voeren door de ouders.
Hoe gebeurt dit “rapen” nu? Wel, we maken genummerde bakjes, net zoveel als we kweekbakken hebben. Ook onze kweekbakken krijgen een zelfde nummering. Deze kleine bakjes vullen we met zaad, zeker niet met schelpenzand omdat deze veel scherpe onderdelen bevatten die de eieren kunnen beschadigen. Elke dag gaan we de nesten controleren en de versgelegde eitjes nemen we uit het nest en deponeren deze in het met de nummers overeenkomende bakje. De geraapte eieren vervangen we door een plastiek eitje. Na het derde of vierde ei per nest leggen we de eitjes terug en kan het broeden beginnen. Wel niet vergeten om de plastieken eitjes te verwijderen. Zodoende gaan we nooit achterblijvers in het nest hebben en zijn de jongen evenwaardig aan mekaar. Zoals eerder reeds gezegd, zeker zorgen dat ze dagelijks over vers eivoer kunnen beschikken. Na ongeveer 28 dagen zijn de jongen zelfstandig en moeten ze gescheiden worden van de ouders. Deze scheiding is zeker nodig omdat de ouders snel willen overgaan naar een volgend legsel en ze anders de jongen wel eens durven te ontdoen van hun zachte veertjes om hun nest op te bouwen. De jongen gaan we zeker nog een tijdje dagelijks eivoer bijgeven.
Wil je echter nog meer details te weten komen over het houden en/of kweken van kanaries is het zeker geen overbodige luxe om aan te sluiten bij een Speciaalclub voor kleurkanaries. Voor Limburg is dit SKKL. (Speciaalklub Kleurkanaries Limburg) waarvan de zetel gevestigd is te Grote Baan 191, KURINGEN (Hasselt).
SKK-Limburg is een vzw onder de hoede van de Koninklijke Belgische Ornithologische Federatie (KBOF).
Als beginnende liefhebber kan je genieten van de ervaring van heel veel van onze leden.
U ontvangt ons 3-maandelijks clubblad met een totaalpakket aan kanarie-informatie.
Behalve deze informatiebron ontvangt u eveneens het KBOF maandblad “Witte Spreeuw” met algemene wetenswaardigheden.
Om de drie maanden komen wij samen tijdens een algemene ledenvergadering te Rapertingen. Hier worden uw eventuele problemen zeker opgelost door deskundigen uit binnen- en buitenland.
Als lid van een KBOF vereniging kan je ook je ringen bestellen met uw eigen stamnummer.
Je kan meedingen naar diverse gewaardeerde titels op de tentoonstellingen.
In een club als SKKL leer je vrienden kennen waar je als beginner heel veel kan van leren en die steeds bereid zullen zijn om u te helpen.
SKKL is een kanariefamilie. Wil je mee kunnen in dit wereldje is het een “must” om familielid te worden.
Tot binnenkort