vzw SPECIAALKLUB KLEURKANARIES
KLEURKANARIES HOUDEN IS EEN MOOIE HOBBY
 

Om u stamboom bij te houden hebt u dit zeker nodig!
Stamopbouw, het begin van het succes!
 
Het gebeurt heel dikwijls dat een liefhebber zich een of meerdere prima vogels aanschaft en ze dan met willekeurige vogels uit zijn vogelbestand paart. Volgende jaren wordt er met deze vogels verder gekweekt. Maar na enkele kweekseizoenen blijkt dat onze bewuste liefhebber alleen nog maar achteruit aan het boeren is! Om dit weer tegen te gaan, worden dan opnieuw dure vogels aangekocht en na een paar jaren herhaalt zich wederom het leed. Kortom: men heeft veel geld en energie gestoken in zijn vogelbestand, maar eigenlijk heeft het niet veel opgebracht. Ik besef wel dat er ongetwijfeld uitzonderingen zullen zijn. Maar toch meen ik dat de liefhebber uit het bovenstaande voorbeeld meer succes had gehaald als hij op een juiste manier gebruik zou hebben gemaakt van een goede methode om een stam op te bouwen. Bewuste liefhebber is lukraak te werk gegaan, ondoordacht.
Indien u toch de voorkeur geeft aan het fokken van vogels zonder enige bekommering over wat er uit die wilde paringen zal ontstaan is dat uw goed recht, ook dan zult u ongetwijfeld veel genoegen beleven aan uw vogels.
Het fokken van vogels met het doel het meedoen aan tentoonstellingen kan niet meer lukraak gebeuren, daarvoor is het aantal kleurslagen in de vogels veel te groot in aantal en in verscheidenheid.
Het behalen van eervolle resultaten met zelfgefokte vogels is onverbrekelijk gekoppeld aan de verschijningsvorm van de ingezonden vogel, of anders gezegd : de vogel die het dichtst de standaard benaderd zal het hoogste puntentotaal krijgen. Natuurlijk kan zo'n topper een toevalsproduct zijn, dat komt zelfs zeer dikwijls voor. Maar het altijd maar gokken op die toevalstreffer is ook dikwijls erg ontmoedigend.
Beter is, zich een methode eigen te maken zodat we ieder jaar opnieuw resultaten boeken, goede en zelfs zeer goede. Hier kunnen we dan ook niet meer spreken van toeval, maar van doelgericht of doelbewust kweken. Eigenlijk met een zeer grote kans weten op voorhand dat men goede vogels gaat kweken. We moeten gaan leren zoveel mogelijk kwalitatief goede vogels te kweken en zo weinig mogelijk afval (= vogels die niet aan onze wensen voldoen). De basis van dit succes is doelgericht kweken. En dat dit van een leien dakje zal lopen, is zeer zeker niet. Daarvoor moet je een doorduwer zijn en zeker niet iemand die het opgeeft bij de kleinste tegenslag of bij het uitblijven van resultaten (vooral op de tentoonstellingsgebied).
 
In zekere zin gaan we aan inteelt doen. Nu weet ik maar al te goed dat dit woordje erg gevoelig ligt bij de meeste mensen. Men denkt dan al onmiddellijk aan verzwakking, incest, enz. Toch weet ik zeker dat het met deze verzwakking best wel meevalt omdat, in tegenstelling met mensen, dit "huwen" (in ons geval paren) gecontroleerd en met kennis van zaken door de kweker kan worden toegepast. Als er iets is, wat we beslist niet willen in onze kweek is het wel verzwakken van onze vogels door inteelt. Door onze stamopbouw gaan we trachten vogels te kweken die op de een of andere manier allen verwant zijn aan elkaar, het zelfde "bloed" hebben.
 
De kracht van de inteeltmethode ligt hem nu juist in het kweken met vogels die aan elkaar verwant zijn. Niet gewoon verwant, maar ook alle de goede eigenschappen vertonen en waarvan de minder goede eigenschappen uitgeselecteerd zijn.
 
Merkwaardig genoeg, zijn er vele liefhebbers gekant tegen inteelt! Als je hen vraagt waarom, dan kunnen ze er geen praktische reden voor opgeven. Veel succesvolle kwekers van honden, katten en vooral duiven beoefenen reeds jaren de kunst van inteelt. Liefhebbers die er in geloven, doen het en zij behalen resultaten. Men heeft lang gedacht dat dichte verwantschap niet speciaal ongezondheid creëerde in een stam, doch het zou wel voor licht verborgen storingen kunnen zorgen. Met andere woorden, daar waar het basismateriaal gezond is, daar zult u succes hebben met inteelt. Het tegenovergestelde is waar: voor elke storing of zwakte die de familie draagt moet men die er uit selecteren. Wanneer inteelt zorgvuldig uitgevoerd wordt, komen er veel fouten aan het licht bij de vroegere generaties, zoals verlies in grootte, gebrek aan vitaliteit, gedeeltelijke of totale onvruchtbaarheid en vatbaarheid voor ziektes. Niettemin, als men volhoudt, en steeds oordeelkundig het kaf van het koren weet te scheiden, dan zult u uiteindelijk aan een stabiliteit geraken en vogels kweken die gelijk zijn qua karakter en vrij van elke tekortkoming.
Ik zou de woorden van een goed kweker hier willen aanhalen: "We moeten durven selecteren!" We moeten zeker het goede steeds behouden en het slechte (ziekte, gebreken, kleur- en vormfouten, nalatende vruchtbaarheid, lusteloosheid, ... om de voornaamste maar even te noemen) durven verwijderen uit onze kweek. 
 
Voorwaarden tot goed gericht fokken.
 
1    Weten wat je wil fokken.
Je ziet op een tentoonstelling een vogel die je erg bevalt. Die kleurslag zou je zelf ook wel willen kweken. Is het een topper, dan kan je kennis maken met de bezitter. Koop echter deze topper niet. Probeer de ouders van dat resultaat te kopen! Dan weet je zeker dat ook je deze kleurslag kunt produceren in het komende fokseizoen. Natuurlijk is het meestal uitgesloten dat de ouders te koop zijn. Fokvogels die het erg goed doen zijn immers niet te koop, ook bij jou niet!
Probeer dan bij zo ’n kweker een man met een aantal bijpassende poppen te kopen, mogelijk moet je met het afhalen wachten tot na de tentoonstelling. Maak echter niet de fout om het oordeel van de keurmeester doorslaggevend te laten zijn, kweekvogels worden niet gekocht op het keurbriefje. Je weet wat je wil gaan kweken, je hebt de moeite genomen om vogels die kweektechnisch goed bij elkaar passen aan te schaffen, laat dat dan niet verknoeien door een keurbriefje. Die vogel met een niet hoog puntentotaal kan als kweekvogel van onschatbare waarde blijken te zijn. Het is soms een kwestie van het juiste “bloed” aan te schaffen. Uit kampioensvogels worden niet persé kampioenen geboren, meestal het tegendeel.
En koop bij iemand niet één vogel, maar één man, of meerdere, met twee, drie of meer poppen. Dan heb je iets gekocht van het hok, waar die kweker al jarenlang op heeft geselecteerd op de goede eigenschappen.
2    Beperk het aantal kleurslagen
Natuurlijk is het een mooi zicht als er in een volière een bonte mengeling van kleurslagen door elkaar vliegt. Dit zal misschien wel een mooi geheel vormen, maar dat het individueel kwalitatief goede kleurslagen zullen zijn, is bijna onmogelijk. Het is vrijwel uitgesloten dat het kweken met een groot aantal verschillende kleurslagen eervolle resultaten (in al die kleurslagen) zal afwerpen op de tentoonstelling. Eerst en vooral heeft men een beter zicht op weinig verschillende kleurslagen en ten tweede zal men ook meer keuze hebben uit een groter aantal vogels van dezelfde kleurslag. Heeft men weinig kleurslagen, zal men zeker ook een groter aantal ongeveer gelijke jongen hebben. Het is nu eenmaal eenvoudiger om 10 behoorlijke vogels te vinden in een groep van vijftig dan twee uit een groep van 10. Kwekers, die aan de top spelen, bezitten meestal een beperkt aantal kleurslagen. De weg naar de top is lang, die weg wordt nog veel langer als de fokker zichzelf geen beperkingen oplegt bij de keuze van de te kweken kleurslagen.
3    Kwalitatief behoorlijke vogels gebruiken als vertrekpunt.
Afhankelijk van de methode die je gaat gebruiken om uw stam op te bouwen, start de kweek van de uitverkoren kleurslagen met hooguit twee mannen en zes poppen van goede tot zeer goede kwaliteit. We mogen daarbij zeker niet uit het oog verliezen dat ze niet alleen van kweektechnisch goede kwaliteit moeten zijn, maar ook de gezondheid, de conditie, het formaat, het karakter, de vruchtbaarheid, … van de kweekvogel is minstens zo belangrijk als de kwaliteit van pigment en grondkleur. Bekijk aan te schaffen vogels op uw gemak, neem er de tijd voor.
Controleer zeker naar gezondheid en vitaliteit, want per slot van rekening hangt het succes af van gezonde vogels!
4    Goede kennis van de te kweken vogels is noodzakelijk.
Voor een beginnende liefhebber is het beter om eerst willekeurig wat te kweken met vogels, om zodoende wat meer ervaring op te doen. Tevens is het voor elke vogelliefhebber wenselijk zo niet een must om kennis te hebben van de erfelijkheidsleer. Je zal meer doelgerichter kweken, want theoretisch kan je de broeduitkomsten voorspellen. Je kan de koppels meer doelgericht samenstellen. Door gebrek aan ervaring en geen of onvoldoende kennis van de erfelijkheidsleer, kan men ook achteruitgaan. Kennis kan veel ellende voorkomen.
Ook kennis met betrekking tot de standaard van de te kweken vogel is naar mijn mening een vereiste. Immers hoe kun je anders fouten aan de vogel onderscheiden?
 Een goede kennis én van de erfelijkheidsregels én standaardeisen zal het ook mogelijk     maken om minder vogels te moeten houden om de stam op te bouwen. Uw selectievlak wordt immer breder en beter! 
5    Selecteren op gezondheid.
Eigelijk zou dit selectiecriteria voorop moeten staan. Het is zeer belangrijk in onze kweek dat we niet alleen de kleuren of de grootte in het oog moeten houden, maar zeker, op de eerste plaats, dat ons kweekmateriaal gezond is. Voor de opbouw van een stam is het zéér, zéér belangrijk dat we een gezond vogelbestand aanhouden. Steeds zullen we ongezonde, zieke of gebrekkige vogels uitsluiten in onze kweek. We moeten leren hard te zijn, anders zullen we nooit een gezonde stam kunnen opbouwen. Dat we het systeem van de duivenmelkers moeten toepassen is niet nodig, wel de filosofie die erachter steekt: wat niet goed is moet uitgeschakeld (is naar de handelaar gebracht) worden in onze kweek.
6    Tegenvallende resultaten aanvaardt men zonder opdoeking van het vogelbestand.
Je hebt aan de reeds besproken voorwaarden voldaan, het kweekseizoen verliep zonder problemen, toch ben je niet tevreden over de resultaten. Nog erger, je bent helemaal niet tevreden, de uitkomsten vallen zonder meer tegen. Zulke mooie ouderparen, moet je nu de jongen eens zien! Weg ermee! ...
Ja, de jongen moeten nauwkeurig, zelfs zeer nauwkeurig bekeken worden, en wel één voor één.
Als nu de vader een vrijwel ideale vogel was, zoek er dan een aantal jonge poppen uit, maar dan wel de dochters die het meest op de vader lijken. Was de moeder een ideaalvogel, zoek dan een aantal jonge mannen uit die het meest op de moeder lijken. Als beide ouders zeer goed de standaardeisen benaderen, moet u jonge mannen én jonge poppen behouden, ook dan die jongen die de ouders het dichtst benaderen.
Waarom is dát nu nodig? Omdat uit jouw ontevredenheid blijkt dat je vergeet dat de jonge generatie de aanleg voor het verschijnen van het ideaalbeeld bezit! Ook al is dat dan (nog) niet zichtbaar, aanwezig is het wel!
Dikwijls is het zo dat men pas na een paar jaar echte goede resultaten ziet. Vele kwekers echter leggen het eerste jaar, na de eerste teleurstelling, het bijltje er al bij neer. Het in het eerste jaar resultaten wensen is een wijdverbreide misvatting, helaas. Het moet als zinloos worden beschouwd om ieder jaar opnieuw voor veel geld topvogels te kopen met het doel daarmee te kweken en het volgend seizoen kampioen te worden met de daaruit gekweekte vogels.
Wat doen vele liefhebberskwekers?
Al zijn de "oude" mannen in uitstekende gezondheid, ieder jaar opnieuw worden jonge mannen ingezet, de voor lijnenteelt broodnodige overjarige mannen worden verkocht! Dat is mede de oorzaak van het niet kweken van kwalitatief goede kweekvogels. Het verkopen van de overjarige mannen moet voor lijnenteelt als catastrofaal aangemerkt worden. Het is al erg genoeg als een onmisbare kweekvogel sterft, met het vrijwillig afstand doen van zo'n onmisbare vogel doet u uzelf de das om!
 
En onthoudt dit citaat:
   Kweken is het creëren van fokvogels voor morgen