Wit dominant
Waar zijn ze gebleven, onze dominant witten ?
Het is opvallend, op de meeste keuringen komt men deze vogel helemaal niet meer tegen. Gepigmenteerde dominant witte komt men wel eens tegen, maar vetstofkleurige dominant witte zijn bijna helemaal verdwenen. Ik durf bijna zeggen dat ze op de grote shows helemaal ontbreken. Eigenlijk is het wel een beetje begrijpelijk als we naar mogelijke oorzaken van dit verdwijnen zoeken. Eén van de grootste oorzaken is volgens mij dat hij vergeleken wordt met de recessief witte.
Liefhebbers en keurmeesters zouden willen dat hij even wit was als zijn soortgenoot. Dat is nu eenmaal niet en zó wit zal hij ook nooit kunnen zijn of worden. De dominant witte draagt nu eenmaal, weliswaar gedeeltelijk, de gele carotenoïdenkleur met zich mee. Daar zal hij nooit aan kunnen ontsnappen, zolang hij dominant wit zal heten.
Maar goed, dikwijls is het zo dat we een periode krijgen dat deze vogels een poosje verdwijnen, om een tijd later weer herontdekt te worden, zoals in het verleden meermalen is voorgekomen.
Dominant wit, wat is dat voor een vogel?
Onder dominant wit verstaan we de vogels bij wie een erfelijke factor een kleurloze (witte) bevedering veroorzaakt. Deze erfelijke factor tast de vorming van het melanine (eumelanine en phaeomelanine) niet aan. Deze factor werkt alleen op de groep, die wij vetstofkanaries noemen, zoals geel en rood. Dus een gele of rode kan met deze factor wit worden. De vetstofkleur wordt ook wel de grondkleur genoemd.
De dominant witfactor ingekweekt in een gepigmenteerde vogel, noemen we ook wit, vroeger zilver. Door de melanisatie krijgen we een andere wit-uitstraling, een zilverachtige kleur. Zo noemen we bijvoorbeeld een bruine met een dominant witte grondkleur : bruin wit dominant (vroeger zilverbruin), en bij agaat : agaat wit dominant (vroeger zilveragaat) en bij de isabel : isabel wit dominant (vroeger zilverisabel).
Het gevolg van deze lichte, witte grondkleur is, dat de minste fout bij zo'n gemelaniseerde vogel onmiddellijk te zien is, want de vogel maskeert wel de carotinoïde kleur, maar niet de foutieve melanisering. Daarom is het bijvoorbeeld ook zo moeilijk, om een goede agaat wit dominant te brengen. Het minste spoortje bruin in de bevedering valt dan ook direct op bij zo'n witte ondergrond. Maar gelukkig zijn er genoeg kwekers die dit behoorlijk onder de knie hebben.
Bij zwarte vogels die in het bezit zijn van de dominant witfactor zien we een blauwachtige waas. Daarom noemde men ze vroeger niet zilver , maar blauw, nu noemen we ze zwart wit dominant en als het om een intensieve vogel gaat komt daar nog achter "intensief" (vroeger staalblauw), en bij een schimmelvogel "schimmel" (vroeger leiblauw).
Nu we dit gelezen hebben, zijn we erachter gekomen, dat de dominant witfactor een belettende factor is, die de gele of rode kleur optisch doet verdwijnen. Met andere woorden, de factor belet de gele of rode kleur te doen verschijnen. Dus een beletter van een bepaalde kleur.
Deze carotenoïde beletter is een niet volledige beletter. Er is bij de dominant witte altijd wel iets kleur te zien, in meer of minder mate. Dat "iets" kleur is o.a. de bekende gele aanslag. Het bezit van gele aanslag is karakteristiek voor de grote vleugelpennen.
Bij een goede werking van de dominant witfactor, door selectie verkregen, laat deze een minimaal streepje geel zien aan de smalle kant van de grote vleugelpennen en verder niets. Veelal ziet men door een minder goede werking veel meer geel, bijvoorbeeld in de vleugtoppen of in de staartpennen en soms ook op de kop of schouders, wat natuurlijk strafpunten oplevert.
Wat niet te zien is bij de dominant witte kanarie is, dat er in zijn totale bevedering nog een microscopisch kleine hoeveelheid carotenoïde aanwezig is. We noemen dat ook de ondertoon. Niet te verwarren met de eventueel ingekweekte ivoorfactor.
Er is nóg een kanarie met een witte kleur. Dat is de Engels witte of wel de recessief witte, weer twee benamingen voor één en dezelfde vogel. De Engels witte of recessief witte behoort eveneens tot de groep van vetstofkleurigen. Recessief wil zeggen, dat in tegenstelling tot de dominant witte, deze kleuruiting teruggetrokken is t.o.v. geel of rood. De Engels witte of recessief witte laat absoluut geen vetstofkleur geel of rood of zelfs maar een weerschijn hiervan in de bevedering zien. Deze is wel sluimerend aanwezig. Typisch voor de recessief witte kanarie is de lilaroze kleur van de huid, dit is afwijkend t.o.v. onze andere kanaries. Opvallend zijn verder de zeer bleke hoorndelen.
Dit om enige verschillen aan te geven t.o.v. de dominant witte kanarie.
Homozygoot d.w.z. fokzuiver is de dominant witte niet. Deze laat, zoals u heeft kunnen lezen, altijd min of meer geel zien. Is de dominant witte wel fokzuiver, dan treedt er een dodelijke werking van de factor op; die we lethaal noemen. Nog eens even voor de duidelijkheid: Dominant wit x dominant wit geeft 25 % lethaal, 25 % geel en 50% wit. Het wil niet altijd zeggen wanneer men deze paring toepast, dat er veel dode jongen komen. Hetzelfde geldt ook voor de intensieffactor x intensieffactor. Ook hier treedt letaliteit op, doch alleen als deze factoren in hun sterkste werking bij elkaar komen.
Wit x wit kan dus perfect. Er zijn kwekers geweest die dit al jaren toegepast hebben zonder veel brokken gemaakt te hebben, zoals ikzelf en daarbij met uitzonderlijke resultaten.
Wil men de letaliteit volledig uitschakelen, paar dan dominant wit x geel schimmel.
Het inkweken van de intensieffactor levert een verduidelijking van de aanslag op, dus pas op, dit is een stap terug. Of je zou het moeten doen om de lengte van de bevedering weer op een goed niveau te krijgen, dan is de intensieffactor natuurlijk dringend gewenst.
Even nog dit : uit geel x geel kan nooit dominant wit komen, want wit is immers dominant over geel. Wel kan uit dominant wit x dominant wit geel komen, want beide witten bezitten immers in één chromosoom van het paar de belettingsfactor.
Nu nog een waarschuwing. In veel oude boekjes wil men wel eens suggereren dat de ivoorfactor de gele aanslag bij de dominant witten doet verminderen. Dit moeten we ten bij de dominant witten ten zeerste afraden : de gehele vogel gaat er dan gelig uitzien, wat fout is. Niet doen dus.
Als laatste wil ik nog vermelden dat het bij het samenstellen van de fokparen niet meer uitmaakt of de man dominant wit is of de pop. Maar dat had u natuurlijk al begrepen.
Nu nog iets over het inbrengen van de witte vogel op de tentoonstelling. Reinheid en helderwit , uitgezonderd de minimale gele aanslag, daar komt het op aan. Wat betreft de reinheid, daar kan men veel aan doen. Men dient de vogels goed te wassen. Daar zijn verschillende middelen voor o.a. babyshampoo. Er zijn ook nog andere middelen, goede en slechte, maar ieder heeft toch zo zijn eigen manier. Doe dit wassen op tijd. Zeker een paar dagen voor de wedstrijd, om niet op het keurbriefje de opmerking te krijgen "te losse bevedering", wat je één of meerdere punten kan kosten. De losse bevedering kan veroorzaakt zijn door het wassen, doordat de baardjes en haakjes uit elkaar raken. Dit herstelt wel weer maar niet in één of twee dagen. Losse bevedering kan overigens ook door een te lange bevedering veroorzaakt worden. Neem voor het schoonmaken de tijd en laat de vogel niet te sterk afkoelen. Denk aan de lichaamstemperatuur van ongeveer 40o C. Maak om te beginnen de ringpoot en omgeving schoon (ringen geven af). Boven de snavel, naar achteren schoonmaken en niet tegen de veren in strijken, vervolgens de staart en de vleugeltoppen. De pootjes kan men met een weinig slaolie aan de vinger iets opwrijven, maar wel zo dat geen olie aan de veren komt zodat het gaat plakken.
Vergeet ook de tentoonstellingskooi niet. Dus goed schoonmaken en witten aan de binnenkant, zonder toevoeging van andere kleuren om de vogel beter uit te laten komen.
Veel voorkomende fouten :
- bontvorming (selecteren en uitbannen, zeker indien op de hoorndelen),
- vogel niet zuiver wit (bv. gelig door ivoorfactor),
- vogel niet rein,
- onzuiver kleur van de aanslag (moet zuiver geel zijn),
- teveel aanslag in staart, schouders, kop, rug,
- hoorndelen niet éénkleurig, te bleek.
Houd deze kleurslag vast of probeer het eens.
Veel succes.
Co van Dijk.
(Verwerkt, uit het clubblad van "Speciaalclub Kleur" van de ANBV-Nederland)