Logo
vzw SPECIAALKLUB KLEURKANARIES
KLEURKANARIES HOUDEN IS EEN MOOIE HOBBY

DE VIER KLASSIEKE MELANINEKLEUREN

ALGEMEEN

Tot deze groep behoren de 4 basis melaninegroepen:

 

-          Zwart

-          Bruin

-          Agaat

-          Isabel

 

Deze groepen kunnen voorkomen met de lipochroomkleuren wit, geel en rood.

De vogels met gele en rode lipochroomkleur kunnen deze in combinatie met de ivoor- en/of mozaïekfactor bezitten.

De zwart- en bruinserie bezitten beide maximaal melanine, de agaat- en isabelserie zijn beide in het bezit van de 1e reductiefactor.

De kwaliteit van het melanine moet in de gehele vogel gelijk zijn, het melanine moet identiek zijn in vleugel- en staartpennen.

 

Bij de zwart- en bruinserie is het melaninebezit maximaal.

Voor de zwartserie moet het melanine zwart zijn en voor de bruinserie donkerbruin.

De bestreping moet voor beide kleurslagen duidelijk en ononderbroken aanwezig zijn.

De breedte van de bestreping mag voor intensieve vogels niet breder zijn dan het tussenliggende gedeelte.

Het ideaalbeeld van de bestreping is dat de bestreping iets smaller is dan de zones (grondkleur) tussen deze bestreping (verhouding 40/60). Iets bredere bestreping (verhouding 50/50) wordt getolereerd.

Voor schimmels en mozaïeken mag de bestreping iets breder zijn dan voor de intensieve exemplaren (verhouding maximaal 60/40).

De grondkleur moet egaal van kleur zijn en duidelijk waarneembaar tussen de bestreping.

Bij de zwart- en de bruinserie moet de grondkleur goed verweven zijn met het melaninebezit en zo donker mogelijk zijn als gevolg van maximaal eumelaninebezit en maximaal pheaomelaninebezit.

Voor de bruin schimmels eisen we maximaal pheaomelaninebezit tussen de donkerbruine ononderbroken bestreping.

 

Bij de agaat- en isabelserie moet de werking van de 1e reductiefactor duidelijk zichtbaar zijn.

Deze 1e reductiefactor reduceert de beide soorten melaninekorrels (eumelanine en pheaomelanine) in aantal en in grootte.

Hierdoor wordt de gehele kleuruiting minder diep en helderder en de bestreping fijner en onderbroken in vergelijking met vogels die in bezit zijn van maximaal melanine (zwart- en bruinserie). De bestreping is bij de agaat zwart en bij de isabel bruin.

De grondkleur moet egaal en zeer duidelijk zichtbaar zijn tussen de bestreping.

Schimmels en mozaïeken bezitten een wat bredere bestreping dan intensieve exemplaren.

Vogels zonder zichtbaar pheaomelanine genieten de voorkeur boven exemplaren met minimaal zichtbaar pheaomelanine.

 

Voor de vier melaninegroepen gelden de volgende eisen:

Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

Duidelijke bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart.

Symmetrische bestreping in de rug en in de flanken.

Geen zichtbaar pheaomelanine. (*)

Duidelijke, zuivere en egale grondkleur, goed zichtbaar tussen de bestreping.

Volledig intensief bij de intensieve vogels.

Gelijkverdeelde korte schimmel bij de schimmelvogels.

(*) Bij de bruinserie onderscheiden we twee groepen: vogels met en vogels zonder zichtbaar pheaomelanine.

- Intensieve vogels: zonder zichtbaar pheaomelanine.

- Schimmelvogels:   met maximaal pheaomelanine tussen de bestreping.

   Bekijk ook de bruinserie voor meer informatie aangaande deze vogels in de paragraaf Klassieke melanine in de bruinserie in hoofdstuk 3.

 

KLASSIEKE MELANINE IN DE ZWARTSERIE

ALGEMEEN

De kleurkanaries welke tot deze groep behoren moeten in het bezit zijn van maximaal eumelanine en pheaomelanine. Dit pheaomelanine mag echter niet zichtbaar zijn tussen de bestreping.

Het zwarte eumelanine nemen we waar als een duidelijke bestreping in rug en flanken, welke goed moet uitkomen op een zo donker mogelijke ondergrond (grondkleur).

Deze donkere grondkleur moet zichtbaar zijn over de gehele vogel. Door de korte bevedering zal de kop iets donkerder overkomen dan de rest van de bevedering.

Het melanine begint aan de snavelbasis, de bestreping begint op de kop en loopt via de rug en flanken door in de richting van de staart.

Het ideaalbeeld van de bestreping is dat de bestreping iets smaller is dan de zones (grondkleur) tussen deze bestreping (verhouding 40/60). Iets bredere bestreping (verhouding 50/50) wordt getolereerd. Voor schimmels en mozaïeken mag de bestreping iets breder zijn dan voor de intensieve exemplaren (verhouding maximaal 60% bestreping ten opzichte van 40% grondkleur). Bovengenoemde regel geldt ook voor de flankbestreping. De flanken moeten een duidelijke bestreping bezitten, in harmonie met de rugbestreping.

Bij de vleugel- en staartpennen en in de dekveren moet het melanine direct beginnen in de schacht van de veer en bijna de gehele veer melaniseren. Alleen aan de vaanzijde van de veer moet de grondkleur zichtbaar zijn. Er mag geen pheaomelanine zichtbaar zijn.

De snavel, poten en nagels moeten zwart en éénkleurig zijn.

Een zo donker mogelijke grondkleur met een ononderbroken bestreping.

Tussen de bestreping geen zichtbaar pheaomelanine, maar een duidelijke grondkleur.

Vogels met melanineloze veren en/of niet egaal melaninebezit in de nagels worden niet gewaardeerd met punten (aantekening “NG”: “niet gewaardeerd met punten”).

ZWART WIT  Onder deze serie vallen de volgende kleurslagen:

Kleur

Opmerkingen

Zwart wit dominant

Geen zichtbaar pheaomelanine.

Zwart wit recessief

Grondkleur zo donker mogelijk en duidelijk zichtbaar tussen de bestreping. Volle werking van de optische factor.

Bij dominant wit dient minimale, doch waarneembare gele aanslag in de onderste vleugelpennen aanwezig te zijn.

 

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen intensief en schimmel, de beste resultaten zullen echter worden behaald met een matige intensieffactor.

Voor deze vogels gelden de onderstaande eisen:

Zo donker mogelijk totaalbeeld.

Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

Duidelijke, ononderbroken, zwarte bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart.

Vleugel- en staartpennen zwart, zonder zichtbaar pheaomelanine.

Snavel, poten en nagels zwart en éénkleurig.

Grondkleur zo donker mogelijk, optimaal verweven met het melaninebezit en goed waarneembaar.

Maximale aanwezigheid van de optische factor zal de helderheid van de vogel ten goede komen.

Bij de dominant witte moet minimale, doch waarneembare gele aanslag in de onderste vleugelpennen aanwezig zijn.

 

ZWART GEEL OF ROOD INTENSIEF (INCLUSIEF IVOOR) Onder deze serie vallen de onderstaande kleurslagen:

Kleur

Opmerkingen

Zwart geel intensief

Geen zichtbaar feomelanine.

Zwart geelivoor intensief

Grondkleur zo donker mogelijk en duidelijk zichtbaar tussen de bestreping.

Zwart rood intensief

Volle werking van de optische factor

Zwart roodivoor intensief

 

 

Voor deze vogels gelden de onderstaande eisen:

Zo donker mogelijk totaalbeeld.

Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

Duidelijke, ononderbroken, zwarte bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart.

Vleugel- en staartpennen zwart, zonder zichtbaar pheaomelanine.

Snavel, poten en nagels zwart en éénkleurig.

Grondkleur zo donker mogelijk, optimaal verweven met het melaninebezit, egaal en goed waarneembaar.

Maximale aanwezigheid van de optische factor zal de helderheid van de kleuruiting ten goede komen.

Volledig intensief.

 

ZWART GEEL OF ROOD SCHIMMEL (INCLUSIEF IVOOR)  Onder deze serie vallen de onderstaande kleurslagen:

 

Kleur

Opmerkingen

Zwart geel schimmel

Geen zichtbaar feomelanine.

Zwart geelivoor schimmel

Grondkleur zo donker mogelijk en duidelijk zichtbaar tussen de bestreping.

Zwart rood schimmel

Waarneembare werking van de optische factor.

Zwart roodivoor schimmel

 

 

Voor deze vogels gelden de onderstaande eisen:

Zo donker mogelijk totaalbeeld.

Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

Duidelijke, ononderbroken, zwarte bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken
doorlopend in de richting van de staart (mag wat breder zijn dan bij de intensieve vogels).

Vleugel- en staartpennen zwart, zonder zichtbaar pheaomelanine.

Snavel, poten en nagels zwart en éénkleurig.

Grondkleur zo donker mogelijk, optimaal verweven met het melaninebezit, egaal en goed waarneembaar.

Waarneembare aanwezigheid van de optische factor zal de helderheid van de kleuruiting ten goede komen.

Egale en korte schimmelverdeling.

 

ZWART GEEL OF ROOD MOZAÏEK (INCLUSIEF IVOOR) In deze serie onderscheiden we de volgende kleurslagen:

Kleur

Opmerkingen

Zwart geel mozaïek type 1 en type 2

Geen zichtbaar feomelanine.

Grondkleur zo donker mogelijk en duidelijk zichtbaar tussen de bestreping.

Zwart geelivoor mozaïek type 1 en type 2

Volle werking van de optische factor.

Zwart rood mozaïek type 1 en type 2

Bij type 1 zal het oogstreepje veelal beginnen halverwege rond de oog. Dit mag niet worden bestraft. Het type met het tekening achter de oog heeft de voorkeur.

Zwart roodivoor mozaïek type 1 en type 2

Bij type 2 is een iets smaller masker toegestaan ten opzichte van de andere melaninekleuren

 

Voor deze vogels, in type 1 en type 2, gelden de volgende eisen:

Zo donker mogelijk totaalbeeld.

Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

Duidelijke  ononderbroken, zwarte bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart (mag wat breder zijn dan bij de intensieve vogels). Melaninestippen onder de snavel zijn toegestaan.

Vleugel- en staartpennen zwart, zonder zichtbaar pheaomelanine.

Snavel, poten en nagels zwart en éénkleurig.

Grondkleur zo donker mogelijk.

Zeer diep gekleurd, maximaal contrasterend mozaïekpatroon.