|
Bij de zwart- en bruinserie is het melaninebezit maximaal.
Voor de zwartserie moet het melanine zwart zijn en voor de bruinserie donkerbruin.
De bestreping moet voor beide kleurslagen duidelijk en ononderbroken aanwezig zijn.
De breedte van de bestreping mag voor intensieve vogels niet breder zijn dan het tussenliggende gedeelte.
Het ideaalbeeld van de bestreping is dat de bestreping iets smaller is dan de zones (grondkleur) tussen deze bestreping (verhouding 40/60). Iets bredere bestreping (verhouding 50/50) wordt getolereerd.
Voor schimmels en mozaïeken mag de bestreping iets breder zijn dan voor de intensieve exemplaren (verhouding maximaal 60/40).
De grondkleur moet egaal van kleur zijn en duidelijk waarneembaar tussen de bestreping.
Bij de zwart- en de bruinserie moet de grondkleur goed verweven zijn met het melaninebezit en zo donker mogelijk zijn als gevolg van maximaal eumelaninebezit en maximaal pheaomelaninebezit.
Voor de bruin schimmels eisen we maximaal pheaomelaninebezit tussen de donkerbruine ononderbroken bestreping.
Bij de agaat- en isabelserie moet de werking van de 1e reductiefactor duidelijk zichtbaar zijn.
Deze 1e reductiefactor reduceert de beide soorten melaninekorrels (eumelanine en pheaomelanine) in aantal en in grootte.
Hierdoor wordt de gehele kleuruiting minder diep en helderder en de bestreping fijner en onderbroken in vergelijking met vogels die in bezit zijn van maximaal melanine (zwart- en bruinserie).
De bestreping is bij de agaat zwart en bij de isabel bruin.
De grondkleur moet egaal en zeer duidelijk zichtbaar zijn tussen de bestreping.
Schimmels en mozaïeken bezitten een wat bredere bestreping dan intensieve exemplaren.
Vogels zonder zichtbaar pheaomelanine genieten de voorkeur boven exemplaren met minimaal zichtbaar pheaomelanine.
Voor de vier melaninegroepen gelden de volgende eisen:
- Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.
- Duidelijke bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart.
- Symmetrische bestreping in de rug en in de flanken.
- Geen zichtbaar pheaomelanine. (*)
- Duidelijke, zuivere en egale grondkleur, goed zichtbaar tussen de bestreping.
- Volledig intensief bij de intensieve vogels.
- Gelijkverdeelde korte schimmel bij de schimmelvogels.
- (*) Bij de bruinserie onderscheiden we twee groepen: vogels met en vogels zonder zichtbaar pheaomelanine.
- Intensieve vogels: zonder zichtbaar pheaomelanine.
- Schimmelvogels: met maximaal pheaomelanine tussen de bestreping.
Bekijk ook de bruinserie voor meer informatie aangaande deze vogels in de paragraaf Klassieke melanine in de bruinserie in hoofdstuk 3.
KLASSIEKE MELANINE IN DE ZWARTSERIE
ALGEMEEN
De kleurkanaries welke tot deze groep behoren moeten in het bezit zijn van maximaal eumelanine en pheaomelanine. Dit pheaomelanine mag echter niet zichtbaar zijn tussen de bestreping.
Het zwarte eumelanine nemen we waar als een duidelijke bestreping in rug en flanken, welke goed moet uitkomen op een zo donker mogelijke ondergrond (grondkleur).
Deze donkere grondkleur moet zichtbaar zijn over de gehele vogel. Door de korte bevedering zal de kop iets donkerder overkomen dan de rest van de bevedering.
Het melanine begint aan de snavelbasis, de bestreping begint op de kop en loopt via de rug en flanken door in de richting van de staart.
Het ideaalbeeld van de bestreping is dat de bestreping iets smaller is dan de zones (grondkleur) tussen deze bestreping (verhouding 40/60). Iets bredere bestreping (verhouding 50/50) wordt getolereerd. Voor schimmels en mozaïeken mag de bestreping iets breder zijn dan voor de intensieve exemplaren (verhouding maximaal 60% bestreping ten opzichte van 40% grondkleur). Bovengenoemde regel geldt ook voor de flankbestreping. De flanken moeten een duidelijke bestreping bezitten, in harmonie met de rugbestreping.
Bij de vleugel- en staartpennen en in de dekveren moet het melanine direct beginnen in de schacht van de veer en bijna de gehele veer melaniseren. Alleen aan de vaanzijde van de veer moet de grondkleur zichtbaar zijn. Er mag geen pheaomelanine zichtbaar zijn.
De snavel, poten en nagels moeten zwart en éénkleurig zijn.
Een zo donker mogelijke grondkleur met een ononderbroken bestreping.
Tussen de bestreping geen zichtbaar pheaomelanine, maar een duidelijke grondkleur.
Vogels met melanineloze veren en/of niet egaal melaninebezit in de nagels worden niet gewaardeerd met punten (aantekening NG: niet gewaardeerd met punten). |