vzw SPECIAALKLUB KLEURKANARIES
KLEURKANARIES HOUDEN IS EEN MOOIE HOBBY

                                                                                    
 PASTEL

ALGEMEEN

De pastelfactor werkt sterk op het eumelanine. Deze factor reduceert de kwaliteit van het eumelanine zonder het phaeomelanine aan te tasten. Het gevolg hiervan is dat er minder contrast tussen de beide melaninen ontstaat. Een te sterke melaninereductie in de vleugel- enjof staartpennen, grijsvleugeltype genaamd, is ongewenst. De toppen van de pennen zullen vaak wel iets donkerder gemelaniseerd zijn dan de rest van de pennen.

In deze groep zijn vogels uit de vier hoofdgroepen erkend: zwart, bruin, agaat en isabel.

 

De zwart- en bruinpastellen vertonen een gereduceerd eumelanine. De agaten en isabellen bezitten twee reductiefactoren, waardoor het melanine nog sterker is gereduceerd ten opzichte van de zwart- of bruinserie.

 

Deze mutatie komt voor met witte, gele of rode lipochroomkleur. Het gele of rode lipochroom kan gecombineerd zijn met de ivoor- enjof de mozaïekfactor. Het witte lipochroom wordt veroorzaakt door de dominant of door de recessief witfactor. De recessief witfactor geeft meer contrast.

In de bruinpastelserie wordt onderscheid gemaakt tussen intensieve en schimmelvogels. Bij de intensieve vragen we vogels zonder zichtbaar phaeomelanine, bij de bruinpastel schimmels en mozaïeken, evenals bij de bruinpastel witkleuren wordt maximaal bruin phaeomelanine gevraagd.

 

Vogels met melanineloze veren enjof niet egaal melaninebezit in de nagels worden niet gewaardeerd met punten (aantekening “NG”: “niet gewaardeerd met punten”).

 

In de pastelserie onderscheiden we de volgende kleurslagen:

 
 PASTEL WIT

Kleur

Opmerkingen

Zwartpastel wit dominant

 

Zwartpastel wit recessief

Bij dominant wit is minimale, doch waarneembare gele aanslag in de onderste vleugelpennen een eis

Bruinpastel wit dominant

Maximaal eumelanine en phaeomelanine, melanine in rugdek zo egaal het rugdek zo egaal en gedekt mogelijk, waarbij een minimale bestreping toelaatbaar is, en warmbruin van kleur.

Bruinpastel wit recessief

Grondkleur zo donker mogelijk. Bij dominant wit is minimale, doch waarneembare gele aanslag in de onderste vleugelpennen een eis.

Agaatpastel wit dominant

Waarneembare werking van de optische factor. Geen zichtbaar phaeomelanine tussen de bestreping.

Grondkleur duidelijk zichtbaar tussen de bestreping, egaal parelgrijs.

Agaatpastel wit recessief

Bij dominant wit is minimale, doch waarneembare gele aanslag in de onderste vleugelpennen een eis

Isabelpastel wit dominant

Zeer lichtbeige zo vloeiend mogelijk rugdek.

Isabelpastel wit recessief

 

Bij dominant wit is een minimale, doch waarneembare gele aanslag in de onderste vleugelpennen een eis.

                                                                   

 
  PASTEL GEEL OF ROOD (INCLUSIEF IVOOR)                                                                                  

Kleur

Opmerkingen

Zwartpastel geel intensief

 

Zwartpastel geelivoor intensief

 

Zwartpastel geel schimmel

 

Zwartpastel geelivoor schimmel

Volle werking van de optische factor. Geen zichtbaar phaeomelanine tussen de bestreping

Zwartpastel rood intensief

Grondkleur duidelijk zichtbaar tussen de bestreping en zo donker mogelijk verweven met het

Zwartpastel roodivoor intensief

melaninebezit

Zwartpastel rood schimmel

 

Zwartpastel roodivoor schimmel

 

Bruinpastel geel intensief

 

Bruinpastel geelivoor intensief

Bruine bestreping. Geen zichtbaar phaeomelanine.

Bruinpastel rood intensief

Duidelijk zichtbare, donkere grondkleur tussen de bestreping

Bruinpastel roodivoor intensief

 

Bruinpastel geel schimmel

Maximaal eumelanine en phaeomelanine, melanine in rugdek zo egaal en gedekt mogelijk,

Bruinpastel geelivoor schimmel

waarbij een minimale bestreping toelaatbaar is, en warmbruin van kleur.

Bruinpastel rood schimmel

Grondkleur zo donker mogelijk. Bezit van de optische factor zal de kleuruiting nadelig

Bruinpastel roodivoor schimmel

beïnvloeden.

Agaatpastel geel intensief

 

Agaatpastel geelivoor intensief

 

Agaatpastel rood intensief

 

Agaatpastel roodivoor intensief

Waarneembare werking van de optische factor..

Agaatpastel rood intensief

Geen zichtbaar phaeomelanine tussen de bestreping

Agaatpastel geel schimmel

Duidelijke zichtbare grondkleur tussen de bestreping egaal parelgrijs.

Agaatpastel geelivoor schimmel

 

Agaatpastel roodivoor schimmel

 

Isabelpastel geel intensief

 

Isabelpastel geelivoor intensief

Enigszins waarneembare werking van de optische factor. Geen zichtbaar phaeomelanine tussen

Isabelpastel rood intensief

de bestreping. Grondkleur duidelijk zichtbaar tussen de bestreping.

Isabelpastel roodivoor intensief

 

Isabelpastel geel schimmel

 

Isabelpastel geelivoor schimmel

Zeer lichtbeige, zo vloeiend mogelijk rugdek.

Isabelpastel rood schimmel

 

Isabelpastel roodivoor schimmel

 

 

 
 PASTEL GEEL OF ROOD MOZAÏEK (INCLUSIEF IVOOR)

Kleur

Opmerkingen

Zwartpastel geel mozaïek (type 1 en 2)

Volle werking van de optische factor.

Zwartpastel geelivoor mozaïek (type 1 en 2)

Geen zichtbaar phaeomelanine. Grondkleur zo donker mogelijk.

Zwartpastel rood mozaïek (type 1 en 2)

Bij type 2 is een iets smaller masker toegestaan ten opzichte van de andere

Zwartpastel roodivoor mozaïek (type 1 en 2)

melaninekleuren.

Bruinpastel geel mozaïek (type 1 en 2)

Maximaal phaeomelanine, melanine in rugdek zo egaal mogelijk en warmbruin van kleur.

Bruinpastel geelivoor mozaïek (type 1 en 2)

Grondkleur zo donker mogelijk. Bezit van de optische factor zal de kleuruiting nadelig beïnvloeden.

Bruinpastel rood mozaïek (type 1 en 2)

Bij type 2 zal de borstvlek veelal wat groter zijn en wat duidelijker

Bruinpastel roodivoor mozaïek (type 1 en 2)

zichtbaar dan bij andere kleurslagen. Dit mag niet worden bestraft. De borstvlek moet echter wel goed afgescheiden zijn van keel en flanken.

Agaatpastel geel mozaïek (type 1 en 2)

Waarneembare werking van de optische factor. Geen zichtbaar phaeomelanine

Agaatpastel geelivoor mozaïek (type 1 en 2)

tussen de bestreping.

Agaatpastel rood mozaïek (type 1 en 2)

Duidelijk zichtbare grondkleur tussen de bestreping, egaal parelgrijs

Agaatpastel roodivoor mozaïek (type 1 en 2)

 

Isabelpastel geel mozaïek (type 1 en 2)

Zeer lichtbeige vloeiend rugdek.

Isabelpastel geelivoor mozaïek (type 1 en 2)

Bij type 2 zal de borstvlek veelal wat groter zijn en wat duidelijker

Isabelpastel rood mozaïek (type 1 en 2)

zichtbaar dan bij andere kleurslagen. Dit mag niet worden bestraft. De

Isabelpastel roodivoor mozaïek (type 1 en 2)

borstvlek moet echter wel goed afgescheiden zijn van keel en flanken.

 

 

SAMENVATTING TE STELLEN EISEN

 

Pastelkleuren algemeen

-          Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

-          Een te sterke reductie van het melanine in de vleugel- en staartpennen is ongewenst.

-          De schacht van de pennen moet steeds melanine bevatten.

-          Geen zichtbaar phaeomelanine. In de kleurslagen bruinpastel schimmel en mozaïek wordt maximaal phaeomelanine gevraagd. (*)

-          Snavel, nagels en poten éénkleurig en in harmonie met het melanine.

-          Duidelijke, zuivere en egale grondkleur, goed zichtbaar tussen de bestreping

-          Volledig intensief bij de intensieve vogels.

-          Gelijkverdeelde korte schimmel bij de schimmelvogels.

-          Bij mozaïeken: zeer diep gekleurd, maximaal contrasterend mozaïekpatroon.

(*) Bij de bruinserie onderscheiden we twee groepen, vogels met en vogels zonder zichtbaar phaeomelanine.

Dit onderscheid geldt niet bij de kleurslagen bruinpastel wit.

Intensieve vogels met geel of rood: zonder zichtbaar phaeomelanine.

Schimmel- of mozaïekvogels met geel of rood: met maximaal phaeomelaninebezit, waarbij er geen zichtbare overgang is naar het eumelaninebezit. Hierdoor ontstaat een licht bewolkt rugdek bij deze kleurslagen.

 

Zwartpastel

-          Zo donker mogelijk totaalbeeld.

-          Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

-          Duidelijke, ononderbroken, zwartgrijze bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart (bestreping mag iets breder zijn bij schimmels en mozaïeken dan bij intensieve vogels).

-          Vleugel- en staartpennen en dekveren zwartgrijs, zonder zichtbaar phaeomelanine. Een te sterke reductie van het melanine in de vleugel- en staartpennen is foutief (grijsvleugeltype).

-          Geen zichtbaar phaeomelanine.

-          Snavel, poten en nagels zwartgrijs zo donker mogelijk en éénkleurig.

-          Grondkleur zo donker mogelijk en goed waarneembaar tussen de bestreping.

-          Maximaal aanwezig zijn van de optische factor zal de helderheid van de kleuruiting ten goede komen.

 

Bruinpastel

 

Intensief:

-          Zo donker mogelijk totaalbeeld.

-          Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

-          Duidelijke, ononderbroken, bruine bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart.

-          Geen zichtbaar bruin phaeomelanine tussen de bestreping.

-          Vleugel- en staartpennen en dekveren bruin.

-          Snavel, poten en nagels lichtbruin gemelaniseerd, éénkleurig en in harmonie met het overige melaninebezit.

-          Grondkleur zo donker mogelijk en goed waarneembaar tussen de bestreping.

 

Schimmel:

-          Zo donker mogelijk totaalbeeld.

-          Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

-          Maximaal zichtbaar phaeomelanine over de gehele vogel, melanine in rugdek zo egaal mogelijk en bruin van kleur.

-          Vleugel- en staartpennen en dekveren bruin.

-          Snavel, poten en nagels lichtbruin gemelaniseerd, éénkleurig en in harmonie met het overige melaninebezit.

-          Grondkleur zo donker mogelijk en goed waarneembaar.

 

Mozaïek:

-          Zo donker mogelijk totaalbeeld.

-          Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.

-          Maximaal zichtbaar bruin phaeomelanine over de gehele vogel, melanine in rugdek zo egaal mogelijk en bruin van kleur.

-          Vleugel- en staartpennen bruin.

-          Snavel, poten en nagels lichtbruin gemelaniseerd, éénkleurig en in harmonie met het overige melaninebezit.

-          Grondkleur zo donker mogelijk.

-          Zeer diep gekleurd, maximaal contrasterend mozaïekpatroon.

 

Agaatpastel

-          Het melaninebezit begint aan de snavelbasis

-          Duidelijke, onderbroken, donkergrijze bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart, minder breed dan de vogels uit de zwartpastelserie (bestreping mag iets breder zijn bij de schimmels dan bij de intensieve vogels).

-          Vleugel- en staartpennen en dekveren donkergrijs van kleur, zonder zichtbaar phaeomelanine.

-          Snavel, poten en nagels lichtgrijs gemelaniseerd, in overeenstemming met het melaninebezit en éénkleurig.

-          Grondkleur egaal parelgrijs en goed waarneembaar.

-          Waarneembaar aanwezig zijn van de optische factor zal de helderheid van de kleuruiting ten goede komen.

 

Isabelpastel

-          Het melaninebezit begint aan de snavelbasis

-          Intensieve vogels: duidelijke, onderbroken, zeer lichtbeige bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart.

-          Schimmels: rug en flanken bezitten zo vloeiend mogelijk, zacht lichtbeige melanine (licht overgoten waas).

-          Isabelpastel mozaïeken laten een lichtbruine rug- en flankbestreping zien, hier is het vloeiende rugdek vrijwel niet mogelijk.

-          Vleugel- en staartpennen lichtbeige van kleur, zonder phaeomelanine.

-          Geen zichtbaar phaeomelanine.

-          Poten vleeskleurig, de snavel en nagels hoornkleurig.

-          Grondkleur egaal en verder vrij licht van tint.

-          Enigszins waarneembare aanwezigheid van de optische factor bij de intensieve zal de helderheid van de kleuruiting ten goede komen. 

                                                                                         TERUG BEGIN