ZWART GRIJSVLEUGEL
ALGEMEEN
De grijsvleugelfactor is een versterkte werking van de pastelfactor.
Dit veroorzaakt een verdere vermindering van het zwarte eumelanine waardoor er een verbleking (vergrijzing) optreedt in het middengedeelte van de bevedering (in en om de schacht).
Het zwartgrijze eumelanine zal nog enkel zichtbaar zijn op het einde van veren en pennen en de rest van de bevedering wordt grijs. Van bestreping in rugdek en flanken is geen sprake meer. In plaats hiervan ontstaat een soort hamerslagtekening. De vleugel- en staartpennen bezitten grijszwarte toppen en zijn verder grijs van kleur (indicatie van 5 mm voor de grootte van de tekening in de toppen van de genoemde pennen).
De grijsvleugelfactor komt alleen in de zwartserie goed tot uiting.
Het melanine begint aan de snavelbasis. De hamerslagtekening begint op de kop en loopt duidelijk door naar de rug en de flanken.
Het phaeomelanine mag niet zichtbaar zijn in het rugdek maar moet vermengd zijn in de grondkleur. Een weinig minimaal bezit van zichtbaar phaeomelanine is toegestaan bij de schimmelvogels.
Deze mutatie komt voor met witte, gele of rode lipochroomkleur. De gele of rode kleur kan gecombineerd zijn met de ivoor- en/of de mozaïekfactor. De vogels met wit lipochroom komen voor met de dominant of de recessief witfactor. Bij de vogels met wit lipochroom wordt geen onderscheid gemaakt tussen schimmel of intensief. De recessief witfactor geeft meer contrast.
Vogels met melanineloze veren en/of niet egaal melaninebezit in de nagels worden niet gewaardeerd met punten (aantekening NG: niet gewaardeerd met punten).
In de serie zwart grijsvleugel onderscheiden we de volgende kleurslagen