SAMENVATTING TE STELLEN EISEN
Eumokleuren algemeen
- Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.
- Duidelijk bestrepingspatroon op kop, rug en flanken.
- In de randen van de vleugel- en staartpennen is het melanine sterk gereduceerd (doch minder sterk dan bij de topaas)
- Geen phaeomelanine.
- Poten vleeskleurig, de snavel en nagels hoornkleurig.
- Zuivere en egale grondkleur.
- Robijnrode ogen bij de agaat- en bruineumo, donkerder bij de zwarteumo.
- Volledig intensief bij de intensieve vogels.
- Gelijkverdeelde korte schimmel bij de schimmelvogels.
- Bij mozaïeken: zeer diep gekleurd, maximaal contrasterend mozaïekpatroon.
Zwarteumo
- Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.
- Duidelijke, ononderbroken tot minimaal onderbroken, zwartgrijze bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart (bestreping mag iets breder zijn bij de schimmels dan bij de intensieve vogels). Ononderbroken bestreping heeft de voorkeur.
- Vleugel- en staartpennen en dekveren met duidelijke centraal geconcentreerde zwartgrijze eumelanine en vrij grote melanineloze bleke omzoming, vergelijkbaar met zwarttopaas maar iets minder opvallend.
- Grondkleur zo donker mogelijk en egaal.
- Volle werking van de optische factor, hierdoor komt het eumelaninebezit donkerder tot uiting en wordt de algehele kleuruiting helderder.
- Ogen robijnrood tot donkerrood.
Bruineumo
- Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.
- Duidelijke, ononderbroken tot minimaal onderbroken, bruine bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart (bestreping mag iets breder zijn bij de schimmels dan bij de intensieve vogels). Ononderbroken bestreping heeft de voorkeur.
- Vleugel- en staartpennen en dekveren met duidelijke centraal geconcentreerde eumelanine en vrij grote melanineloze omzoming.
- Grondkleur zo donker mogelijk en egaal.
- Waarneembare werking van de optische factor, hierdoor komt het eumelaninebezit donkerder tot uiting en wordt de algehele kleuruiting helderder.
- Rode tot robijnrode ogen.
Agaateumo
- Het melaninebezit begint aan de snavelbasis.
- Duidelijke, onderbroken, donkergrijze bestreping, beginnend op de kop en via de rug en flanken doorlopend in de richting van de staart (bestreping mag iets breder zijn bij de schimmels dan bij de intensieve vogels).
- Zichtbare symmetrische baardstrepen.
- Vleugel- en staartpennen en dekveren met duidelijke centraal geconcentreerde eumelanine en vrij grote melanineloze bleke omzoming; vergelijkbaar met agaattopaas maar iets minder opvallend.
- Waarneembare werking van de optische factor, hierdoor komt het eumelaninebezit donkerder tot uiting en wordt de algehele kleuruiting helderder.
- Rode ogen.